FEVER DREAM 1990 ... 1993
Zal ik even een klein geheim verklappen? Eigenlijk houd ik niet zoveel van fantasy. Nee, herstel, dat is niet helemaal waar: het is moderne fantasy waar ik niet zo op gesteld ben. De meeste schrijvers in het genre die ik bewonder, mensen zoals Clark Ashton Smith of Lord Dunsany, waren al vertrokken naar de Grote Boekenbeurs in de Hemel toen de Beatles nog kort haar hadden. De meeste fantasy uit de halve eeuw daarna komt mij voor als bloedeloze herhalingsoefeningen, kopies, pastiches en parodies op de werken van de twee grootmeesters, Tolkien (Lord Of The Rings) of Robert E. Howard (Conan The Barbarian). Terwijl tijdens mijn tienerjaren mijn interesse voor science fiction en horror altijd maar groeide met elke nieuwe auteur, strip of film die ik ontdekte, bleef fantasy het zwakkere broertje in mijn ogen. Maar op het einde van de jaren tachtig zorgden twee nieuwe reeksen ervoor dat ik mijn mening grondig moest herzien, en moest toegeven dat het genre toch nog nieuwe dingen kon bieden. De eerste was Saint Seiya van Masami Kurumada, met zijn vurige mix van Griekse mythologie, martial arts en persoonlijke tragiek. De tweede was Wendy en Richard Pini's Elfquest.

Het eerste album van Elfquest dat ik ooit in handen kreeg was "De Grote Twijfel", en de eerste, grote indruk die het op mij maakte was puur visueel: de hypnotiserende ogen van Winnowill die ons vanop de cover aankijken, de onconventionele pagina-indeling (volledig in overeenstemming met het art-nouveau design van de Blauwe Berg), de opvallende tegenstelling in pallet tussen de kleurrijke Wolfrijders en de zwart-witte Vliegers, met Hemelwijs er ergens tussenin (uitgerekend hij die als enige Wolfrijder een goed contact met de Vliegers heeft!).

Mijn interesse voor het verhaal kwam pas later, naarmate ik de eerste albums begon te lezen. Wat ik ontdekte was geen escapistisch fantasietje, maar een korte weergave van de geschiedenis van de wereld: hoe een primitieve jagersstam via een agrarische gemeenschap (Zorgeloos) en een hooggecultiveerd ras (de Vliegers) uiteindelijk zijn goden (de Allerhoogsten) ontmoet en ondervindt dat de goden ook maar elfen/mensen zijn.

Elfquest had bovendien, net als Saint Seiya (en eigenlijk net als Star Wars, wat dat betreft), de specifieke eigenschap dat het net zo goed onder science fiction als onder fantasy kon worden ondergebracht. Hoe fantastisch de personages en hun krachten ook waren, ze waren allemaal wetenschappelijk verklaarbaar. Goed, het was soms wel Von Däniken-achtige pseudo-wetenschap, maar het zorgde ervoor dat je tenminste niet alle natuurwetten moest opzij schuiven om in de wereld van Elfquest te geloven.

Meer dan een decennium geleden besloten Emmanuel en ik om onze bewondering voor Elfquest om te zetten in Fever Dream, het eerste Nederlandstalige Elfquest-fanzine. Nauwelijks drie jaar later gaven we de fakkel door aan Tom en The Wolfsong. In die periode hadden we alle beginselen geleerd van het schrijven en redigeren van artikelen, grafische vormgeving, het deelnemen aan beurzen, financieel beheer, administratie en organisatie, alle zaken die zo belangrijk zouden blijken bij al onze projecten sindsdien.

Die tijd ligt alweer lang achter ons. Andere bezigheden en ondernemingen hebben intussen onze aandacht opgeëist, net zoals Elfquest zelf verdrongen of aangevuld is door andere interesses. Maar soms kijken we nog even om naar waar we oorspronkelijk vandaan komen. Net zoals ik af en toe nog eens terugdenk aan de ogen van Winnowill.

Steven Smet